What's in a name?

Een plaatselijke mythe, legende, sage...

of waargebeurd?

 

 

In de Dorpsstraat, nabij de grens met Sombeke - en om precies te zijn: het tweede huis van Elversele aan de noordzijde van die straat - stond een herberg die gekend was als “Huis van Commercie”.

het werd bewoond door Joanna-Catharina en haar negen jaar jongere broer Jan met de bijnaam “Jan Commerce”.

 

Joanna-Catharina, in de volksmond afgekort Wan-Trien, was geen gewone vrouw. Haar levensverhaal is verweven met een zwart boek, mijdende blikken en boze tongen. Ook haar uiterlijk speelde zeker mee in het ontstaan van de legende van deze beruchte heks.

Aan de keerzijde van het verhaal, naast alle insinuaties en vele veroordelingen misschien een alleenstaande vrouw die in een barre negentiende eeuw probeerde te overleven.

 

Hieronder volgen een aantal krachttoeren van en getuigenissen over Joanna-Catharina, in het Elverseels dialect uiteraard!

“Wan-Trien, die za’k ou nieker afschilderen: ‘n aa pezig wezen, geiël gelèk vroeger d’aa vraan die aun’t vier zaate wa. Da witte wel, wa. Een aa muts op, die opzaa hong, nen blaa vuschut aun, azuë, nen neusdoek over, en azu ne rok mè stripkes. Zè, da wetek ammel, die ken’k nog zu goed da, mè vader lee die altid uit hé. Wan-Trien, ja, ik zaag’t, gelèk of è die uitlee, da’k die moest zien, daur, da’s Wan-Trien, zaa’k...

Alt botten, botten van de die, vroeger jauren, die z azuë auntrokken mè die lep, wa, ge wit wel, vanachteren was dor azuë ‘n lep aun, wa. En die trokken z’op. Azuë had ze tè leiëzen. Die had noëet geen vraaschoenen aun, die had noëet nie aun as leiëzen.”

 

Wantrien voorspelde donder en bliksem, was verantwoordelijk voor plagen in huis en stal, zorgde voor mislukte aardappeloogsten en liet meermaals karren en hooiwagens kantelen of vastlopen. Ze betoverde waterpompen en bestrafte dieven, ze kon drijven en hoewel ze frequent in de hooischuur verdween met kaarsen als enig licht, vatte het droge hooi nooit vuur.

Wie haar kwaad deed of voorbij de herberg trok zonder te consumeren, deelde altijd in de brokken... Maar wie haar iets (terug)gaf, maakte haar zo blij dat ze het kwaad meteen ophief.

 

“Jef van Martens die weunden dor euk tegen Wan-Trien en die speelden âltijd mee de duiven. Mor Wan-Trien die ou azuë ‘n schuëne kat en Jef was âl duiven kwijt geroukt, alè Jef vong die kat.

En Wan-Trien die zee tegen hem: ‘G’hê mijn kat gevangen mor ge zul nemir mee de duiven spelen!’ En ‘s zondougs nardien hij speelden toch mee zijn duiven. Mor zijn duiven kwamen thuis van de reis en die vielen duëd op de pannen. Jef van Martens gaf heur ‘n ânder kat verdrom, hé, en tan iëst kon hij terug mee de duiven spelen. As ge Wan-Trien iets gaf of iets teruggaf tas was ze âltijd content!”

 

 

Meer getuigenissen en de levensloop van de echte Wan-Trien kan je lezen in “Honderd jaar na Wan-Trien, over bijgeloof en hekserij te Elversele en omstreken” van de hand van Luc Peleman van de heemkundige kring Braem.

Foutje op de site ontdekt? mail het naar: webmaster@wantrien.be

©2017